Voyage of Fruit de Mer

Vessel Name: Fruit de Mer
Vessel Make/Model: 13,5 mtr. aluminium midzwaard
Hailing Port: Netherlands
Crew: Gerrit and Anne-Mieke Weijers
About:
Gerrit and Anne-Mieke will be making a world cruise from July 2009 until .....? Making plans as we go along. We left the Netherlands in the summer of 2009. We sailed the Carieb, Bahamas and US in 2010. Crossed the Atlantic once more in 2011 to the Carieb. [...]
Extra: Copyright © 2009-2018 Gerrit Weijers Alle rechten voorbehouden - All rights reserved.
14 October 2018 | Bovensuriname rivier
30 September 2018 | Domburg
18 September 2018 | Kourou, Frans Guyana
07 September 2018 | Kourou, Frans Guyana
25 August 2018 | Fernando do Noronho
11 August 2018 | Rio de Janeiro
24 July 2018 | Jacare, Brazilië
12 April 2018 | Olinda
28 March 2018 | Jacare, Brazilië
09 March 2018 | Saint Helena
18 February 2018 | Walvisbaai
30 January 2018 | Luderitz
17 January 2018
29 December 2017 | Kaapstad schiereiland
14 December 2017 | Tafelbaai, Kaapstad
23 November 2017 | Simonstown
12 November 2017 | Mosselbaai
29 October 2017 | Christchurch
27 September 2017 | Richardsbay
Recent Blog Posts
14 October 2018 | Bovensuriname rivier

Dansende jungledames, granmanperikelen, stroomversnellingen

Diep in het oerwoud langs rivieren ten zuiden van de Brokopondodam liggen 62 dorpjes waar marrons wonen. Afstammelingen van slaven die begin 1700 van plantages langs de kust naar het oerwoud zijn gevlucht. Eigenaren hebben geprobeerd om die slaven terug te halen maar blanken leggen het op alle manieren af in het oerwoud. In 1762 wordt er vrede gesloten waarbij de marrons autonoom bestuur krijgen over hun gebied. Met een Cesnaatje vliegen we naar Kajana, een van de verst stroomopwaarts gelegen marron dorpjes aan de Gran Rio rivier 200 km het binnenland in. Met 4 passagiers is het vliegtuigje vol. We vliegen boven oerwoud zover je kan kijken. Kale plekken door bauxietwinning, goudmijnen en dunner bos waar hout is gekapt. We scheren over het dorpje aan de rivier en landen op een hobbelige grasstrook. We zijn de enige gasten samen met medepassagiers Koen en Dominique met wie we het gelukkig goed kunnen vinden. Want we doen hetzelfde tourtje, in 6 dagen de rivier afzakken tot aan het Brokopondomeer. We horen veel over de cultuur van de marrons en hoe ze leven in de jungle. Marrons hebben een matriarchale familiestructuur. Vererving gaat via de moederlijn. Logische verklaring van onze gids: je weet wel zeker wie uit welke moederbuik is gekomen maar nooit 100 % zeker wie de vader is. Betrouwbaarheid van het vaderschap wordt vergroot door mannen die vreemd gaan flink te laten betalen op straffe van afranseling met een doornentak. Voor vrouwen heeft het geen gevolgen. De dames zijn dan ook niet verlegen merken we als ze een dansvoorstelling geven. Niets aan de verbeelding overlatende dansbewegingen als wij worden uitgenodigd om mee te doen. Een erg leuke avond met als hoogtepunt de stokkendans. De meest lenige dame danst met haar voeten op twee stokken, vastgehouden door twee mannen die de stokken snel heen en weer bewegen, geweldig! Actueel terwijl wij er zijn is opvolging van de granman. Marrons hebben een bestuursstructuur van basha's, kapiteins en hoofdkapiteins met de granman als regeringshoofd. De vorige granman is al 3 jaar geleden overleden maar de door hem aangewezen opvolger heeft geen draagvlak bij een groot deel van de marrons, dus is hij niet ingewijd. Bouterse heeft de impasse doorbroken door de granman te beëdigen wat eigenlijk niet kan op grond van het vredesverdrag van 1762. Het gesprek van de dag in dorpen waar wij komen. Leiders van de marrons beleggen een vergadering en wijzen zelf een granman aan. Tegelijkertijd zien wij de door Bouterse beëdigde granman met zijn gevolg de rivier op varen om zijn intrek te nemen in het granman paleisje. Benieuwd hoe dit afloopt! De enige manier van transport hier is over de rivier. In een korjaal, een lange dunne houten boot met een dikke buitenboordmotor. Er zijn veel rotsen in het water die flinke stroomversnellingen veroorzaken. In bruisend water schieten we door smalle kronkelige geultjes, vaak rakelings langs dikke rotsblokken. Petje af voor de manoevreerkunst van de bootsmannen. We moeten 2 keer van boot verwisselen, er liggen dan zoveel rotsen in de rivier dat zelfs korjalen er niet doorheen kunnen varen. We zien bij een ervan 200 ltr. vaten diesel liggen, voor generatortjes in sommige dorpen. De vaten moeten een paar honderd meter over rotsen worden gerold naar het volgende bootje, moeizaam transport!

30 September 2018 | Domburg

Zeepokken, Paramaribo, Groningen

Als we vertrekken uit Kourou gaan we nog even voor anker bij Iles de Salut om bodem, schroef en andodes na te kijken op eventuele aangroei. Volgens de pilot is de rivier hier behoorlijk vervuild, o.a. met kwik van illegale gouddelvers waardoor er geen aangroei zou zijn. Mooi niet, de boot zit onder de zeepokken! Kennelijk gebruiken goudgravers nu kunstmest of zo om goud uit het erts te halen. Nog nooit zoiets gezien, zelfs in Maleisie en Indonesie in water van 30 graden ging de aangroei lang niet zo snel. Dus moeten we nog een dagje blijven. Ik hijs me weer in het duikpak, met een plamuurmes gaat het goed al ben je zo weer een halve dag bezig. Een uur voor donker varen we weg, 225 mijl naar Paramaribo. Eigenlijk iets te vroeg maar we varen liefst in daglicht rond de ondieptes. Stroom en wind zitten ook nog mee, we gaan te snel. We willen s'ochtends om 10 uur met laagwater bij de riviermond bij Paramaribo zijn om met stroom mee de rivier op te varen. We rollen het zeil steeds verder in om snelheid te minderen tot er nog maar een puntje over is. Het afremmen lukt goed, 9.45 uur zijn we bij de uiterton. Nog 5 uur de rivier opvaren, dan zijn we bij een soort jachtclub in de rivier bij Domburg, met zwembad en restaurantje. Er liggen nog 9 andere boten, een paar kennen we. Hier houden we het wel even vol. Het inklaren gaat omslachtig. We moeten naar de militaire politite, de maritieme autoriteit en een toeristenkaart halen bij het ministerie van Buitenlandse zaken. Daar krijgen we een papiertje, waarmee we naar de centrale bank gaan. Daar betalen we € 35, weer terug naar BuZa, met het betalingsbewijs krijgen we uiteindelijk de toeristenkaart. Maar we vinden het niet erg. We hoeven nergens lang te wachten en de instanties liggen dicht bij elkaar in het oude centrum. We wandelen door straatjes met mooie koloniale gebouwen, een enkele verwaarloosd, de meeste redelijk onderhouden. Apart en mooi is de houten kathedraal met zijn cederhouten interieur. Hout is hier het favoriete bouwmateriaal vanwege het hete klimaat, 35-40 graden in deze tijd van het jaar. Steen houdt de warmte te lang vast waardoor het s'nachts niet genoeg afkoelt. Als we langs Fort Zeelandia lopen zegt Erwin, onze taxichauffeur, dat niemand daar s'avonds heen durft omdat het er spookt. Je hoort er geesten van slachtoffers van de decembermoorden klagen en huilen. Terug in de jachtclub treffen we Frank en Madelon. We raken aan de praat en ze nodigen ons uit bij hen thuis in de buurt van het plaatsje Groningen. Een mooi ritje er naar toe door voormalig plantage gebied. Gegraven kanalen, sloten, een standaard nederlandse brug zoals je die overal in ons land tegen kan komen. Zelfs een sluis, duidelijk buiten gebruik. Madelon maakt een heerlijke lunch, we toeren met zijn vieren door de omgeving. Frank vertelt honderduit over de historie van zijn land. Over plantages, de mislukte poging van Nederlanders om rondom het plaatsje Groningen te boeren. Over de verschillende etnische groepen die in Suriname wonen. Frank is zelf Creool wat in Suriname een verzamelnaam is voor een mix van blank, zwart en bruin. Hij heeft het steeds over negers. Frank jongen, dat kun je toch niet meer zeggen! Och, zegt hij, we zijn hier niet zo politiek correct, al worden mijn landgenoten in Nederland wel kwaad als ik dat tegen ze zeg, maar daar trek ik me niets van aan. Over 2 weken praten we verder, dan komt Frank naar onze boot.

18 September 2018 | Kourou, Frans Guyana

Raketten, Papillon en Dreyfus

We hebben pech. We komen op 4 september aan in Kourou, mooi op tijd om de lancering van een Ariane raket mee te maken die op 5 september staat gepland. Maar helaas, een onderdeel van de raket is niet meegekomen uit Europa waardoor de lancering is uitgesteld tot 25 september. Daar wachten we niet op. We kunnen wel mee met een tour over het Ariane Space Center. We gaan 25 km in een bus over het uitgestrekte lanceerterrein, 690 vierkante km groot. Het European Space Agency (ESA) is eigenaar van de lanceercomplexen en de assemblage hallen voor de raketten. Er worden drie typen gelanceerd, de Vega, de Ariane en de Soyuz. Het laatste type wordt gebouwd in Rusland, geassembleerd en gelanceerd in Kourou in samenwerking met ESA. De Vega is de kleinste raket met een vrachtcapaciteit van 1,5 ton aan satellieten, Soyuz kan 3,2 ton meenemen, Ariane 10 ton. We bekijken alle drie lanceerplatforms van dichtbij, helaas staat nergens een raket gereed. Opvallend zijn de 4 hoge masten rond ieder platform met draden er tussen. Deze vormen een kooi van Farraday rond de raket om te voorkomen dat er bliksem inslaat met een wel heel spectaculair vuurwerk als gevolg door de grote hoeveelheid raketbrandstof. Idem 4 grote palen bovenop ieder assemblagegebouw. Ariane is inmiddels toe aan versie 6 waarbij van de Russen is geleerd dat je een raket goedkoper horizontaal kan assembleren. Bovendien worden nu 2 of 4 motoren, afhankelijk van de hoeveelheid vracht, van hetzelfde type als Vega gebruikt wat ook weer scheelt in de kosten. Tot slot mogen we kijken in de controle kamer die eruit ziet zoals we dat verwachten: een zaal vol computerschermen. De directeur van het CSG is degene die het laatste woord heeft of de knop ja of nee wordt ingedrukt. De raketbasis is goed voor 1/6 deel van het nationale inkomen van Frans Guyana dat eigenlijk geen land is maar een departement van Frankrijk. Wellicht daardoor is het inkomen per hoofd van de bevolking het hoogst in Zuid Amerika, al zijn er ook maar 250.000 inwoners. Openbaar vervoer is hier nauwelijks, we zien een enkele bus of taxi op de verbindingswegen tussen de steden. De minibustaxis die je samen deelt zijn er niet meer. Wel veel auto's van Franse merken, fietsen en een paar voetgangers zoals wij. We zien en spreken regelmatig Franse expats die hier voor kortere of langere tijd wonen. Toeristen zijn er niet, veel is er ook niet voor ze te beleven. Naast de rakerbasis is Iles du Salut de enige toeristische bezienswaardigheid in Kourou. Dit groepje van 3 eilandjes voor de kust is vooral bekend geworden door het boek/de film Papillon. De scene in het verhaal waarin Papillon in zijn cel alleen een streep daglicht ziet speelt zich af op het kleinste van de drie, Duivelseiland (Ile de Diable). Alfred Dreyfus was een andere spraakmakende gevangene die in 1895 op Duivelseiland in de gevangenis is beland, valselijk beschuldigd van spionage. Er is een politieke beweging ontstaan om hem vrij te krijgen, waaronder Emile Zola met zijn beroemde open brief "j'accuse", waardoor Dreyfus uiteindelijk in 1899 vrij is gelaten. Het is niet toegestaan om naar Duivelseiland toe te gaan, niet goed mogelijk ook vanwege de rotsige kust. Indertijd was er een kabelbaan van het Ile Royale (hoofdeiland) naar Duivelseiland. We ankeren bij Ile Royale en maken een wandeling rond het eiland. Van een hoog punt kijken we naar Duivelseiland, lieflijk als je het zo ziet liggen. Moeilijk om je de verschrikkingen van de gevangenen toen voor te stellen. Hier nemen we afscheid van Frans Guyana. Suriname is onze volgende bestemming, 220 mijl varen.

07 September 2018 | Kourou, Frans Guyana

Neptunus, visserslatijn en wiskunde op zee

Met een pittig windje van 25 knopen bruisen we weg van Fernando do Noronho. Spierpijn nog van het vele snorkelen en wandelen. Die spieren zullen we voorlopig niet veel hoeven te gebruiken. Allerlei andere spieren wel door het hobbelen van de boot in de warrige zee de eerste twee dagen. De derde dag neemt de wind af tot 15 knopen. Ook de zee komt tot rust, de golven worden regelmatig. Fruit de Mer glijdt rustig door het water met de passaatzeiltjes uitgeboomd. Passaatzeilen volgens het boekje, heerlijk. De stemming stijgt nog meer als we een vis vangen, onze favoriete goudmakreel. Hiermee kunnen we vier dagen vooruit, voorlopig geen Afrikaanse gehaktballen uit blik. De stroom zou flink mee moeten lopen, maar dat valt tegen. We hebben hem zelfs dwars zien we op de verse stroomkaartjes die we via de radio downloaden. Pas de vijfde dag beginnen we de stroom goed te merken, 3 knopen mee. Helaas zakt dan de wind ook in tot 8-10 knopen. Wel een apart gevoel, onze snelheid door het water is 4 knopen maar over de grond gaan we er 7! Dicht bij de evenaar, weinig wind en stroom mee. Veel zon, geen buien, dan wordt het heet, we zweten wat af. Om 2 uur s'nachts passeren we voor de vierde keer in onze reis de Streep, weer terug op ons eigen noordelijk halfrond! Neptunus komt ook nog even kijken. Ondanks (of dankzij?) zijn bezoek wil het vissen niet meer lukken. Nijdig zoemt de rem van de molen, de lijn loopt met een noodgang helemaal uit.....de hengel gaat krom als een hoepel.....met een verbazend harde droge knal breekt de lijn. Breeksterkte 35 kg, dat moet een joekel zijn geweest. Een nieuwe lijn met kunstaasje opgetuigd, weer beet. Een flinke tonijn, na een gevecht van een uur geeft hij op. Ik heb hem bij het zwemplatform en dan hij valt eraf! Weer niks. Nu begint het te dringen want de goudmakreel is op. De volgende ochtend is het raak, een beschaafd visje van 50 cm. Deze kennen we nog niet, een almaco leatherjack. Klinkt een beetje als oude schoenen maar hij smaakt prima! We vervelen ons geen moment. Vissen, navigatie, huishoudelijke klussen. Boeken lezen voor ontspanning maar ook informatie over het weer, Frans Guyana en volgende bestemmingen. We besteden een ochtend aan een discussie hoe ver we hebben omgevaren als we 18 mijl van onze koerslijn zijn afgeweken. Dit kunnen we zien op de plotter als we vanaf de huidige positie met de cursor een loodlijn neerlaten op de koerslijn die we hadden moeten varen. Vervolgens kunnen we met de cursor meten tot het punt waar we de koerslijn hebben verlaten, 70 mijl. We worden het uiteindelijk eens dat we het met Pythagoras kunnen berekenen, 2,5 mijl omgevaren en nog eens zoveel als we op de dezelfde wijze terugvaren naar de koerslijn (toch?). De avond voor aankomst, ik sta op het punt de hengel binnen te halen, beet! Een flinke king mackerel, 10 pond, voorlopig weer vis op het menu. Met de vloedstroom mee varen we s'ochtends vroeg de rivier op. Na 9 dagen en 1 uur laten we het anker vallen naast de met mangroves begroeide oevers bij Kourou, Frans Guyana.

25 August 2018 | Fernando do Noronho

Braziliaans vakantie eiland

De dagelijkse muziek kakafonie bij zonsondergang rond de Bolero saxofoon valt ons nauwelijks meer op. Maar owee, in het weekend, dan is er vaak een feestje waar Brazilianen graag heel harde muziek bij hebben. Dit weekend slaat alles. Keiharde “muziek” die zich het best laat omschrijven als een groep mensen die heel hard door elkaar heen roepen begeleid door een veel te luid versterkte basviool. BOEM-BOEM-BOEM dreunt het tot diep in de nacht in de kajuit ondanks dat alle luiken zijn gesloten. Ik krijg de neiging de misdaadcijfers in Brazilie verder te verhogen maar doe toch maar oorpropjes in. Pas om 4 uur stopt het geweld. Tijd om verder te zeilen naar meer serene oorden! We willen graag naar de Fernando de Noronho eilanden maar de wind zit steeds te ver in het oosten. “A gentlemen never sails to windward”. Die gouden regel willen we niet breken dus wachten we op betere tijden. Vrijdag is het zover, net voor het weekend! Het waait 20 knopen, windkracht 5, op 80-90 graden, bijna dwars op de boot. De golven ook, daardoor beweegt de boot overdwars ipv over de lengte met de wind achter zoals we meestal varen. Het is minder comfortabel maar nog goed te doen, ook omdat het maar twee dagen duurt. We zijn de enige zeilboot op de ankerplaats in Fernando do Noronho. Het is niet het seizoen voor zeilers uit Europa en Zuid Afrika. Bovendien is het hier duur. Je betaalt voor de boot om te ankeren, per persoon voor toegang tot het eiland plus nog eens voor toegang tot het park, 100 € totaal per dag voor ons. De port captain waar we inklaren is erg vriendelijk maar spreekt geen Engels. Hij heeft een vertaalapp in zijn computer waarmee we toch prima kunnen communiceren. Omdat het hier een natuurpark is mag er van alles niet. Als wij rond de boot zwemmen en er komen dolfijnen dan moeten we uit het water want we mogen niet met de beesten spelen legt de havenmeester uit. De eilanden zijn erg populair, vooral bij Brazilianen zelf die de helft van onze tarieven betalen, er zijn vrijwel geen Europeanen of Amerikanen. Er worden beperkt toeristen toegelaten, daardoor is het overal rustig, absoluut geen massatoerisme gevoel. Restaurants, poussadas (soort B&B), winkels en huizen zien er eenvoudig uit. Mensen komen hier voor de mooie stranden, het lekkere klimaat (constant 27 graden), dolfijnen, schildpadden en andere tropische vissen. Snorkelen is dus een must. We zien nauwelijks koraal maar wel bijzondere vissen. Leuk is een enorme school met duizenden, kleine harinkjes lijken het wel, die als één man bewegen als er een grote vis doorheen zwemt. Alsof je in een ets van Escher snorkelt. Het eiland heeft één verharde weg van 7 km lang waar om het half uur een bus heen en weer rijdt die ons voor 1 € naar de verschillende stranden brengt. Bij het schildpadden strand missen we aan het eind van de dag net de bus, er is niemand meer. Even later komt er een politie auto aan, met handen en voeten maak ik een praatje. Waar we heen moeten? Naar de andere kant naar onze boot. Stap maar in! Na een week klaren we uit, de immigratiemevrouw geef ons een lift naar de supermarkt voor wat laatste boodschappen. Vriendelijke mensen! Behalve brood is er niet veel vers te krijgen, op een paar uien na is de groenteafdeling leeg. We zullen het moeten doen met wat we hebben, gelukkig hebben we in Jacare flink ingeslagen. Op weg naar Frans Guyana, 1300 mijl, we denken er 8-10 dagen over te doen.

11 August 2018 | Rio de Janeiro

Christusbeeld en watervallen

Het Christusbeeld in Rio de Janeiro is een van de beroemde "landmarks" die we gezien willen hebben. Dus klimmen we weer in het vliegtuig. Ons hotel is aan het bekende Copacabana strand. Net zo druk als in Scheveningen met mooi weer, veel gezinnen, we zijn er op zondag. Mannetjes lopen rond met ijs, limonade en bladen met cocktails. Eentje zelfs met een collectie bikini's, mocht je die zijn vergeten of verloren. Voetvolleybal is hier erg populair, we staan een tijdje bewonderend te kijken naar twee teams die er goed in zijn. We gaan met een kabelbaan naar de top van het Suikerbrood. In een bus naar Christo die verdwijnt in de wolken tegen de tijd dat we er zijn maar dan toch nog langzaam uit de nevelen aan ons verschijnt. We sjouwen rond door het centrum van de stad tot we bijna door onze hoeven zakken. Leuke koffietentjes en interessante musea met Braziliaanse kunst die vooral gaat over het verleden van het land. Schilderijen van Portugezen, Fransen en Nederlanders die menig robbertje hebben gevochten om het bezit van de kolonie, uiteindelijk gewonnen door de Portugezen. De voor Napoleon naar Brazilië uitgeweken Portugese koning Pedro I heeft de kolonie bij zijn Portugese rijk ingelijfd. Toen zijn vader terug moest naar Portugal heeft zijn achtergebleven zoon Pedro II de onafhankelijkheid van Brazilië uitgeroepen en er meteen maar een keizerrijk van gemaakt. Zestig jaar lang is dat in stand gebleven totdat zijn dochter als regentes in 1888 de slavernij heeft afgeschaft. Wat niet in goede aarde is gevallen bij grootgrondbezitters die een jaar later de republiek hebben uitgeroepen. We gaan nog een nacht in een hotel in Ipanema beach maar onze favoriet is toch het hotelletje in Santa Teresa. Een beetje hippe artistieke wijk met leuke restaurantjes en kunstgalerietjes. De "bonde" een ouderwets, open, geel trammetje stopt er voor de deur. We willen graag naar een avond met samba muziek maar we vinden de standaard toeristenavonden nogal duur. De jonge eigenaresse van het hotel zegt dat het veel goedkoper en misschien wel zo leuk is om naar "Samba dos Guimaraes" te gaan. Duidelijk de plek waar jongelui elkaar op zaterdagavond ontmoeten. We voelen ons weer 50 jaar terug in de tijd toen we zelf gingen stappen. De sambamuziek is vrolijk met een snel ritme, iedereen kent de liedjes en zingt uit volle borst mee, leuk! De laatste dag in Rio gaan we naar de botanische tuin, aangelegd door Pedro I in 1922. Meer een park dan een tuin met indrukwekkend hoge palmen en knoestige oude bomen. Een mooi stukje natuur als aanloop naar onze tweede bestemming: de watervallen van Iguacu, twee uur vliegen naar het Zuiden. De watervallen zijn in de rivier die de grens vormt tussen Brazilië en Argentinië. Het zijn er meer en hoger dan Niagara en Victoria Falls, dus dat belooft wel iets. Het zijn er in totaal 280 die in een park liggen met wandelpaden/plankieren door regenwoud, over meertjes, die steeds een ander beeld geven van het naar beneden bruisende water. Ons hotel is op loopafstand van de Braziliaanse kant die we de eerste dag doen. De volgende dag vroeg naar Argentinië. Met een bus, zonder verwarming, ramen open anders beslaat de boel. Het is maar tien graden, brrr, dat zijn we niet meer gewend! Aan de Argentijnse kant zijn meer en langere paden/plankieren, genoeg om een dag door te brengen. Indrukwekkend is de "Devils throat" waar het water met donderend geweld tachtig meter naar beneden stort. Daarna is het ene uitzichtspunt nog schilderachtiger dan het andere. Klasse waterval!

Dansende jungledames, granmanperikelen, stroomversnellingen

14 October 2018 | Bovensuriname rivier
Gerrit, 34 graden
Diep in het oerwoud langs rivieren ten zuiden van de Brokopondodam liggen 62 dorpjes waar marrons wonen. Afstammelingen van slaven die begin 1700 van plantages langs de kust naar het oerwoud zijn gevlucht. Eigenaren hebben geprobeerd om die slaven terug te halen maar blanken leggen het op alle manieren af in het oerwoud. In 1762 wordt er vrede gesloten waarbij de marrons autonoom bestuur krijgen over hun gebied. Met een Cesnaatje vliegen we naar Kajana, een van de verst stroomopwaarts gelegen marron dorpjes aan de Gran Rio rivier 200 km het binnenland in. Met 4 passagiers is het vliegtuigje vol. We vliegen boven oerwoud zover je kan kijken. Kale plekken door bauxietwinning, goudmijnen en dunner bos waar hout is gekapt. We scheren over het dorpje aan de rivier en landen op een hobbelige grasstrook. We zijn de enige gasten samen met medepassagiers Koen en Dominique met wie we het gelukkig goed kunnen vinden. Want we doen hetzelfde tourtje, in 6 dagen de rivier afzakken tot aan het Brokopondomeer. We horen veel over de cultuur van de marrons en hoe ze leven in de jungle. Marrons hebben een matriarchale familiestructuur. Vererving gaat via de moederlijn. Logische verklaring van onze gids: je weet wel zeker wie uit welke moederbuik is gekomen maar nooit 100 % zeker wie de vader is. Betrouwbaarheid van het vaderschap wordt vergroot door mannen die vreemd gaan flink te laten betalen op straffe van afranseling met een doornentak. Voor vrouwen heeft het geen gevolgen. De dames zijn dan ook niet verlegen merken we als ze een dansvoorstelling geven. Niets aan de verbeelding overlatende dansbewegingen als wij worden uitgenodigd om mee te doen. Een erg leuke avond met als hoogtepunt de stokkendans. De meest lenige dame danst met haar voeten op twee stokken, vastgehouden door twee mannen die de stokken snel heen en weer bewegen, geweldig! Actueel terwijl wij er zijn is opvolging van de granman. Marrons hebben een bestuursstructuur van basha's, kapiteins en hoofdkapiteins met de granman als regeringshoofd. De vorige granman is al 3 jaar geleden overleden maar de door hem aangewezen opvolger heeft geen draagvlak bij een groot deel van de marrons, dus is hij niet ingewijd. Bouterse heeft de impasse doorbroken door de granman te beëdigen wat eigenlijk niet kan op grond van het vredesverdrag van 1762. Het gesprek van de dag in dorpen waar wij komen. Leiders van de marrons beleggen een vergadering en wijzen zelf een granman aan. Tegelijkertijd zien wij de door Bouterse beëdigde granman met zijn gevolg de rivier op varen om zijn intrek te nemen in het granman paleisje. Benieuwd hoe dit afloopt! De enige manier van transport hier is over de rivier. In een korjaal, een lange dunne houten boot met een dikke buitenboordmotor. Er zijn veel rotsen in het water die flinke stroomversnellingen veroorzaken. In bruisend water schieten we door smalle kronkelige geultjes, vaak rakelings langs dikke rotsblokken. Petje af voor de manoevreerkunst van de bootsmannen. We moeten 2 keer van boot verwisselen, er liggen dan zoveel rotsen in de rivier dat zelfs korjalen er niet doorheen kunnen varen. We zien bij een ervan 200 ltr. vaten diesel liggen, voor generatortjes in sommige dorpen. De vaten moeten een paar honderd meter over rotsen worden gerold naar het volgende bootje, moeizaam transport!

Zeepokken, Paramaribo, Groningen

30 September 2018 | Domburg
Gerrit, zonnig, 35 graden
Als we vertrekken uit Kourou gaan we nog even voor anker bij Iles de Salut om bodem, schroef en andodes na te kijken op eventuele aangroei. Volgens de pilot is de rivier hier behoorlijk vervuild, o.a. met kwik van illegale gouddelvers waardoor er geen aangroei zou zijn. Mooi niet, de boot zit onder de zeepokken! Kennelijk gebruiken goudgravers nu kunstmest of zo om goud uit het erts te halen. Nog nooit zoiets gezien, zelfs in Maleisie en Indonesie in water van 30 graden ging de aangroei lang niet zo snel. Dus moeten we nog een dagje blijven. Ik hijs me weer in het duikpak, met een plamuurmes gaat het goed al ben je zo weer een halve dag bezig. Een uur voor donker varen we weg, 225 mijl naar Paramaribo. Eigenlijk iets te vroeg maar we varen liefst in daglicht rond de ondieptes. Stroom en wind zitten ook nog mee, we gaan te snel. We willen s'ochtends om 10 uur met laagwater bij de riviermond bij Paramaribo zijn om met stroom mee de rivier op te varen. We rollen het zeil steeds verder in om snelheid te minderen tot er nog maar een puntje over is. Het afremmen lukt goed, 9.45 uur zijn we bij de uiterton. Nog 5 uur de rivier opvaren, dan zijn we bij een soort jachtclub in de rivier bij Domburg, met zwembad en restaurantje. Er liggen nog 9 andere boten, een paar kennen we. Hier houden we het wel even vol. Het inklaren gaat omslachtig. We moeten naar de militaire politite, de maritieme autoriteit en een toeristenkaart halen bij het ministerie van Buitenlandse zaken. Daar krijgen we een papiertje, waarmee we naar de centrale bank gaan. Daar betalen we € 35, weer terug naar BuZa, met het betalingsbewijs krijgen we uiteindelijk de toeristenkaart. Maar we vinden het niet erg. We hoeven nergens lang te wachten en de instanties liggen dicht bij elkaar in het oude centrum. We wandelen door straatjes met mooie koloniale gebouwen, een enkele verwaarloosd, de meeste redelijk onderhouden. Apart en mooi is de houten kathedraal met zijn cederhouten interieur. Hout is hier het favoriete bouwmateriaal vanwege het hete klimaat, 35-40 graden in deze tijd van het jaar. Steen houdt de warmte te lang vast waardoor het s'nachts niet genoeg afkoelt. Als we langs Fort Zeelandia lopen zegt Erwin, onze taxichauffeur, dat niemand daar s'avonds heen durft omdat het er spookt. Je hoort er geesten van slachtoffers van de decembermoorden klagen en huilen. Terug in de jachtclub treffen we Frank en Madelon. We raken aan de praat en ze nodigen ons uit bij hen thuis in de buurt van het plaatsje Groningen. Een mooi ritje er naar toe door voormalig plantage gebied. Gegraven kanalen, sloten, een standaard nederlandse brug zoals je die overal in ons land tegen kan komen. Zelfs een sluis, duidelijk buiten gebruik. Madelon maakt een heerlijke lunch, we toeren met zijn vieren door de omgeving. Frank vertelt honderduit over de historie van zijn land. Over plantages, de mislukte poging van Nederlanders om rondom het plaatsje Groningen te boeren. Over de verschillende etnische groepen die in Suriname wonen. Frank is zelf Creool wat in Suriname een verzamelnaam is voor een mix van blank, zwart en bruin. Hij heeft het steeds over negers. Frank jongen, dat kun je toch niet meer zeggen! Och, zegt hij, we zijn hier niet zo politiek correct, al worden mijn landgenoten in Nederland wel kwaad als ik dat tegen ze zeg, maar daar trek ik me niets van aan. Over 2 weken praten we verder, dan komt Frank naar onze boot.

Raketten, Papillon en Dreyfus

18 September 2018 | Kourou, Frans Guyana
Gerrit, 31 graden, zonnig
We hebben pech. We komen op 4 september aan in Kourou, mooi op tijd om de lancering van een Ariane raket mee te maken die op 5 september staat gepland. Maar helaas, een onderdeel van de raket is niet meegekomen uit Europa waardoor de lancering is uitgesteld tot 25 september. Daar wachten we niet op. We kunnen wel mee met een tour over het Ariane Space Center. We gaan 25 km in een bus over het uitgestrekte lanceerterrein, 690 vierkante km groot. Het European Space Agency (ESA) is eigenaar van de lanceercomplexen en de assemblage hallen voor de raketten. Er worden drie typen gelanceerd, de Vega, de Ariane en de Soyuz. Het laatste type wordt gebouwd in Rusland, geassembleerd en gelanceerd in Kourou in samenwerking met ESA. De Vega is de kleinste raket met een vrachtcapaciteit van 1,5 ton aan satellieten, Soyuz kan 3,2 ton meenemen, Ariane 10 ton. We bekijken alle drie lanceerplatforms van dichtbij, helaas staat nergens een raket gereed. Opvallend zijn de 4 hoge masten rond ieder platform met draden er tussen. Deze vormen een kooi van Farraday rond de raket om te voorkomen dat er bliksem inslaat met een wel heel spectaculair vuurwerk als gevolg door de grote hoeveelheid raketbrandstof. Idem 4 grote palen bovenop ieder assemblagegebouw. Ariane is inmiddels toe aan versie 6 waarbij van de Russen is geleerd dat je een raket goedkoper horizontaal kan assembleren. Bovendien worden nu 2 of 4 motoren, afhankelijk van de hoeveelheid vracht, van hetzelfde type als Vega gebruikt wat ook weer scheelt in de kosten. Tot slot mogen we kijken in de controle kamer die eruit ziet zoals we dat verwachten: een zaal vol computerschermen. De directeur van het CSG is degene die het laatste woord heeft of de knop ja of nee wordt ingedrukt. De raketbasis is goed voor 1/6 deel van het nationale inkomen van Frans Guyana dat eigenlijk geen land is maar een departement van Frankrijk. Wellicht daardoor is het inkomen per hoofd van de bevolking het hoogst in Zuid Amerika, al zijn er ook maar 250.000 inwoners. Openbaar vervoer is hier nauwelijks, we zien een enkele bus of taxi op de verbindingswegen tussen de steden. De minibustaxis die je samen deelt zijn er niet meer. Wel veel auto's van Franse merken, fietsen en een paar voetgangers zoals wij. We zien en spreken regelmatig Franse expats die hier voor kortere of langere tijd wonen. Toeristen zijn er niet, veel is er ook niet voor ze te beleven. Naast de rakerbasis is Iles du Salut de enige toeristische bezienswaardigheid in Kourou. Dit groepje van 3 eilandjes voor de kust is vooral bekend geworden door het boek/de film Papillon. De scene in het verhaal waarin Papillon in zijn cel alleen een streep daglicht ziet speelt zich af op het kleinste van de drie, Duivelseiland (Ile de Diable). Alfred Dreyfus was een andere spraakmakende gevangene die in 1895 op Duivelseiland in de gevangenis is beland, valselijk beschuldigd van spionage. Er is een politieke beweging ontstaan om hem vrij te krijgen, waaronder Emile Zola met zijn beroemde open brief "j'accuse", waardoor Dreyfus uiteindelijk in 1899 vrij is gelaten. Het is niet toegestaan om naar Duivelseiland toe te gaan, niet goed mogelijk ook vanwege de rotsige kust. Indertijd was er een kabelbaan van het Ile Royale (hoofdeiland) naar Duivelseiland. We ankeren bij Ile Royale en maken een wandeling rond het eiland. Van een hoog punt kijken we naar Duivelseiland, lieflijk als je het zo ziet liggen. Moeilijk om je de verschrikkingen van de gevangenen toen voor te stellen. Hier nemen we afscheid van Frans Guyana. Suriname is onze volgende bestemming, 220 mijl varen.

Neptunus, visserslatijn en wiskunde op zee

07 September 2018 | Kourou, Frans Guyana
Gerrit, zonnig 31 graden
Met een pittig windje van 25 knopen bruisen we weg van Fernando do Noronho. Spierpijn nog van het vele snorkelen en wandelen. Die spieren zullen we voorlopig niet veel hoeven te gebruiken. Allerlei andere spieren wel door het hobbelen van de boot in de warrige zee de eerste twee dagen. De derde dag neemt de wind af tot 15 knopen. Ook de zee komt tot rust, de golven worden regelmatig. Fruit de Mer glijdt rustig door het water met de passaatzeiltjes uitgeboomd. Passaatzeilen volgens het boekje, heerlijk. De stemming stijgt nog meer als we een vis vangen, onze favoriete goudmakreel. Hiermee kunnen we vier dagen vooruit, voorlopig geen Afrikaanse gehaktballen uit blik. De stroom zou flink mee moeten lopen, maar dat valt tegen. We hebben hem zelfs dwars zien we op de verse stroomkaartjes die we via de radio downloaden. Pas de vijfde dag beginnen we de stroom goed te merken, 3 knopen mee. Helaas zakt dan de wind ook in tot 8-10 knopen. Wel een apart gevoel, onze snelheid door het water is 4 knopen maar over de grond gaan we er 7! Dicht bij de evenaar, weinig wind en stroom mee. Veel zon, geen buien, dan wordt het heet, we zweten wat af. Om 2 uur s'nachts passeren we voor de vierde keer in onze reis de Streep, weer terug op ons eigen noordelijk halfrond! Neptunus komt ook nog even kijken. Ondanks (of dankzij?) zijn bezoek wil het vissen niet meer lukken. Nijdig zoemt de rem van de molen, de lijn loopt met een noodgang helemaal uit.....de hengel gaat krom als een hoepel.....met een verbazend harde droge knal breekt de lijn. Breeksterkte 35 kg, dat moet een joekel zijn geweest. Een nieuwe lijn met kunstaasje opgetuigd, weer beet. Een flinke tonijn, na een gevecht van een uur geeft hij op. Ik heb hem bij het zwemplatform en dan hij valt eraf! Weer niks. Nu begint het te dringen want de goudmakreel is op. De volgende ochtend is het raak, een beschaafd visje van 50 cm. Deze kennen we nog niet, een almaco leatherjack. Klinkt een beetje als oude schoenen maar hij smaakt prima! We vervelen ons geen moment. Vissen, navigatie, huishoudelijke klussen. Boeken lezen voor ontspanning maar ook informatie over het weer, Frans Guyana en volgende bestemmingen. We besteden een ochtend aan een discussie hoe ver we hebben omgevaren als we 18 mijl van onze koerslijn zijn afgeweken. Dit kunnen we zien op de plotter als we vanaf de huidige positie met de cursor een loodlijn neerlaten op de koerslijn die we hadden moeten varen. Vervolgens kunnen we met de cursor meten tot het punt waar we de koerslijn hebben verlaten, 70 mijl. We worden het uiteindelijk eens dat we het met Pythagoras kunnen berekenen, 2,5 mijl omgevaren en nog eens zoveel als we op de dezelfde wijze terugvaren naar de koerslijn (toch?). De avond voor aankomst, ik sta op het punt de hengel binnen te halen, beet! Een flinke king mackerel, 10 pond, voorlopig weer vis op het menu. Met de vloedstroom mee varen we s'ochtends vroeg de rivier op. Na 9 dagen en 1 uur laten we het anker vallen naast de met mangroves begroeide oevers bij Kourou, Frans Guyana.

Braziliaans vakantie eiland

25 August 2018 | Fernando do Noronho
Gerrit, zonnig 27 graden
De dagelijkse muziek kakafonie bij zonsondergang rond de Bolero saxofoon valt ons nauwelijks meer op. Maar owee, in het weekend, dan is er vaak een feestje waar Brazilianen graag heel harde muziek bij hebben. Dit weekend slaat alles. Keiharde “muziek” die zich het best laat omschrijven als een groep mensen die heel hard door elkaar heen roepen begeleid door een veel te luid versterkte basviool. BOEM-BOEM-BOEM dreunt het tot diep in de nacht in de kajuit ondanks dat alle luiken zijn gesloten. Ik krijg de neiging de misdaadcijfers in Brazilie verder te verhogen maar doe toch maar oorpropjes in. Pas om 4 uur stopt het geweld. Tijd om verder te zeilen naar meer serene oorden! We willen graag naar de Fernando de Noronho eilanden maar de wind zit steeds te ver in het oosten. “A gentlemen never sails to windward”. Die gouden regel willen we niet breken dus wachten we op betere tijden. Vrijdag is het zover, net voor het weekend! Het waait 20 knopen, windkracht 5, op 80-90 graden, bijna dwars op de boot. De golven ook, daardoor beweegt de boot overdwars ipv over de lengte met de wind achter zoals we meestal varen. Het is minder comfortabel maar nog goed te doen, ook omdat het maar twee dagen duurt. We zijn de enige zeilboot op de ankerplaats in Fernando do Noronho. Het is niet het seizoen voor zeilers uit Europa en Zuid Afrika. Bovendien is het hier duur. Je betaalt voor de boot om te ankeren, per persoon voor toegang tot het eiland plus nog eens voor toegang tot het park, 100 € totaal per dag voor ons. De port captain waar we inklaren is erg vriendelijk maar spreekt geen Engels. Hij heeft een vertaalapp in zijn computer waarmee we toch prima kunnen communiceren. Omdat het hier een natuurpark is mag er van alles niet. Als wij rond de boot zwemmen en er komen dolfijnen dan moeten we uit het water want we mogen niet met de beesten spelen legt de havenmeester uit. De eilanden zijn erg populair, vooral bij Brazilianen zelf die de helft van onze tarieven betalen, er zijn vrijwel geen Europeanen of Amerikanen. Er worden beperkt toeristen toegelaten, daardoor is het overal rustig, absoluut geen massatoerisme gevoel. Restaurants, poussadas (soort B&B), winkels en huizen zien er eenvoudig uit. Mensen komen hier voor de mooie stranden, het lekkere klimaat (constant 27 graden), dolfijnen, schildpadden en andere tropische vissen. Snorkelen is dus een must. We zien nauwelijks koraal maar wel bijzondere vissen. Leuk is een enorme school met duizenden, kleine harinkjes lijken het wel, die als één man bewegen als er een grote vis doorheen zwemt. Alsof je in een ets van Escher snorkelt. Het eiland heeft één verharde weg van 7 km lang waar om het half uur een bus heen en weer rijdt die ons voor 1 € naar de verschillende stranden brengt. Bij het schildpadden strand missen we aan het eind van de dag net de bus, er is niemand meer. Even later komt er een politie auto aan, met handen en voeten maak ik een praatje. Waar we heen moeten? Naar de andere kant naar onze boot. Stap maar in! Na een week klaren we uit, de immigratiemevrouw geef ons een lift naar de supermarkt voor wat laatste boodschappen. Vriendelijke mensen! Behalve brood is er niet veel vers te krijgen, op een paar uien na is de groenteafdeling leeg. We zullen het moeten doen met wat we hebben, gelukkig hebben we in Jacare flink ingeslagen. Op weg naar Frans Guyana, 1300 mijl, we denken er 8-10 dagen over te doen.

Christusbeeld en watervallen

11 August 2018 | Rio de Janeiro
Gerrit, 22 graden, zonnig
Het Christusbeeld in Rio de Janeiro is een van de beroemde "landmarks" die we gezien willen hebben. Dus klimmen we weer in het vliegtuig. Ons hotel is aan het bekende Copacabana strand. Net zo druk als in Scheveningen met mooi weer, veel gezinnen, we zijn er op zondag. Mannetjes lopen rond met ijs, limonade en bladen met cocktails. Eentje zelfs met een collectie bikini's, mocht je die zijn vergeten of verloren. Voetvolleybal is hier erg populair, we staan een tijdje bewonderend te kijken naar twee teams die er goed in zijn. We gaan met een kabelbaan naar de top van het Suikerbrood. In een bus naar Christo die verdwijnt in de wolken tegen de tijd dat we er zijn maar dan toch nog langzaam uit de nevelen aan ons verschijnt. We sjouwen rond door het centrum van de stad tot we bijna door onze hoeven zakken. Leuke koffietentjes en interessante musea met Braziliaanse kunst die vooral gaat over het verleden van het land. Schilderijen van Portugezen, Fransen en Nederlanders die menig robbertje hebben gevochten om het bezit van de kolonie, uiteindelijk gewonnen door de Portugezen. De voor Napoleon naar Brazilië uitgeweken Portugese koning Pedro I heeft de kolonie bij zijn Portugese rijk ingelijfd. Toen zijn vader terug moest naar Portugal heeft zijn achtergebleven zoon Pedro II de onafhankelijkheid van Brazilië uitgeroepen en er meteen maar een keizerrijk van gemaakt. Zestig jaar lang is dat in stand gebleven totdat zijn dochter als regentes in 1888 de slavernij heeft afgeschaft. Wat niet in goede aarde is gevallen bij grootgrondbezitters die een jaar later de republiek hebben uitgeroepen. We gaan nog een nacht in een hotel in Ipanema beach maar onze favoriet is toch het hotelletje in Santa Teresa. Een beetje hippe artistieke wijk met leuke restaurantjes en kunstgalerietjes. De "bonde" een ouderwets, open, geel trammetje stopt er voor de deur. We willen graag naar een avond met samba muziek maar we vinden de standaard toeristenavonden nogal duur. De jonge eigenaresse van het hotel zegt dat het veel goedkoper en misschien wel zo leuk is om naar "Samba dos Guimaraes" te gaan. Duidelijk de plek waar jongelui elkaar op zaterdagavond ontmoeten. We voelen ons weer 50 jaar terug in de tijd toen we zelf gingen stappen. De sambamuziek is vrolijk met een snel ritme, iedereen kent de liedjes en zingt uit volle borst mee, leuk! De laatste dag in Rio gaan we naar de botanische tuin, aangelegd door Pedro I in 1922. Meer een park dan een tuin met indrukwekkend hoge palmen en knoestige oude bomen. Een mooi stukje natuur als aanloop naar onze tweede bestemming: de watervallen van Iguacu, twee uur vliegen naar het Zuiden. De watervallen zijn in de rivier die de grens vormt tussen Brazilië en Argentinië. Het zijn er meer en hoger dan Niagara en Victoria Falls, dus dat belooft wel iets. Het zijn er in totaal 280 die in een park liggen met wandelpaden/plankieren door regenwoud, over meertjes, die steeds een ander beeld geven van het naar beneden bruisende water. Ons hotel is op loopafstand van de Braziliaanse kant die we de eerste dag doen. De volgende dag vroeg naar Argentinië. Met een bus, zonder verwarming, ramen open anders beslaat de boel. Het is maar tien graden, brrr, dat zijn we niet meer gewend! Aan de Argentijnse kant zijn meer en langere paden/plankieren, genoeg om een dag door te brengen. Indrukwekkend is de "Devils throat" waar het water met donderend geweld tachtig meter naar beneden stort. Daarna is het ene uitzichtspunt nog schilderachtiger dan het andere. Klasse waterval!
Fruit de Mer's Photos - Na 1243 mijl: Cairns!
1 Photo | Main
1
Ochtendzon hinchinbrookchannel
 
1